Een meerderheid van de Tweede Kamer dringt er bij het kabinet op aan om meer actie te ondernemen tegen speelzand dat mogelijk verontreinigd is met asbest. De kankerverwekkende stof is aangetroffen in verschillende speelgoedproducten waarin zand zit verwerkt, wat vragen oproept over de risico’s voor kinderen die hiermee spelen.
In het vragenuur vroeg Kamerlid Sandra Beckerman (SP) staatssecretaris Judith Tielen waarom het kabinet niet voorzorgsmaatregelen neemt, zoals het uit de schappen halen van de verdachte producten. De staatssecretaris verwees naar lopend onderzoek van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en stelde dat concrete actie pas mogelijk is zodra duidelijk is of de producten daadwerkelijk gevaarlijk zijn en niet aan veiligheidsnormen voldoen.
Onderzoek door het AD toonde in laboratoriumtest aan dat in zes van twaalf geteste speelzandproducten asbest is aangetroffen, waaronder niet-hechtgebonden tremoliet, dat als extra risicovol wordt gezien bij inhalatie. De NVWA bevestigt dat met een eigen onderzoek, maar kan op basis van de huidige gegevens nog geen formele risicobeoordeling maken of optreden richting producenten verplicht stellen.
Verschillende fracties, waaronder D66, GroenLinks-PvdA en het CDA, benadrukken dat speelgoed de strengste veiligheidseisen moet hebben, zeker omdat kinderen het vaak in de mond stoppen. In België is de verkoop van dergelijk zand al stilgelegd en een crisiscel opgericht om de situatie te beheren.