Onderhoud en herstel van het spoor vinden grotendeels ‘s nachts plaats, om het treinverkeer overdag zo min mogelijk te verstoren. Maar uit een recente verkenning van de Nederlandse Arbeidsinspectie blijkt dat de arbeidsveiligheid tijdens deze nachtarbeid voldoende aandacht verdient.
De meeste werkzaamheden aan rails, wissels, bovenleidingen en grondconstructies worden ‘s nachts uitgevoerd — met teams van monteurs, lassers, kraanmachinisten en werkplekbeveiligers.
Arbeidsveiligheid blijft op de achtergrond
Bij nachtarbeid op het spoor ligt de focus sterk op spoorveiligheid — het voorkomen van aanrijdingen of elektrocutie — maar minder op klassieke arbeidsveiligheidsrisico’s zoals:
- Vermoeidheid door onregelmatige werktijden;
- Geluid en stofblootstelling zonder structurele beheersing;
- Samenlooprisico’s wanneer verschillende aannemers gelijktijdig opereren;
- Ontbrekende V&G-coördinatie in de nachtelijke uren.
Slechts 1 op 12 bedrijven neemt nachtarbeid expliciet mee in de RI&E, wat betekent dat veel risicofactoren ongedocumenteerd blijven.
Zzp’ers
Bijna de helft van de nachtarbeiders op het spoor werkt als zzp’er. Hoewel ze feitelijk worden aangestuurd door aannemers of werkplekbeveiligingsbedrijven, ontbreekt het vaak aan duidelijk zicht op hun totale werktijd en rustmomenten — wat de risico’s op overbelasting en vermoeidheid vergroot.
De wettelijke kaders
Volgens de Arbeidstijdenwet kan werk waarbij medewerkers meer dan één uur tussen 00:00 en 06:00 werken als nachtarbeid worden gezien, met specifieke regels voor maximale nachtdiensten en rusttijden.
Hoewel die wet vooral werknemers betreft, laat de realiteit op het spoor zien dat er ook onder zzp’ers weinig zicht is op cumulatieve belasting of naleving van rustpauzes — vaak omdat registratiemiddelen zoals het Digitaal Veiligheidspaspoort (DVP) alleen aanwezigheden vastleggen en geen werktijden monitoren.
Bron: NLA
Lees ook het artikel ‘Ik hou ervan’ in de NVVK Kennisdatabase.