De bouwbedrijven die betrokken waren bij de aanleg van de Nettelhorsterbrug bij Lochem hebben voorafgaand aan het fatale ongeluk onvoldoende aandacht gehad voor de veiligheid van werknemers. Dat concludeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) na een onderzoek.
Het ongeval vond plaats op 21 februari 2024 toen de boog van de brug omhoog werd gehesen en het onderdeel afbrak. Als gevolg daarvan scheurde ook het ophangsysteem aan de andere kant af. De boog viel op een montagetoren met vier werknemers, waarvan twee om het leven kwamen en twee zwaargewond raakten.
Twee jaar na het dodelijke ongeluk kan De Onderzoeksraad geen duidelijkheid geven wat betreft schuld en verantwoordelijkheid. De OVV is wel van mening dat de bouwpartijen met te veel vertrouwen aan het werk zijn gegaan, waardoor de voorbereiding niet volstond. Het ontbrak aan twee essentiële aspecten: “de berekening van de stabiliteitsmarge van de last en risico’s voor personen die zich op kwetsbare posities nabij de last bevonden”.
Het OVV schrijf in het rapport dat in de bouwsector vaker risicoafwegingen worden gemaakt met het kostenplaatje als factor. Voor risicobeheersing zijn die concreet, terwijl de kosten van een eventueel incident hypothetisch en moeilijk in te schatten zijn. Het OVV adviseert bouwbedrijven dan ook om de gevolgen van risico’s beter af te wegen om zo een “een fundamenteel veiligere bouwsector” te realiseren.
Bron: NRC
Lees meer: het complete rapport van de OVV over het hijsongeval