Aangescherpte Europese Asbestrichtlijn

Nieuw vergunningstelsel moet werken met asbest veiliger maken

Aanpassingen aan Europese regels voor asbest dwingen tot strengere maatregelen op de werkvloer. Daarom wordt een nieuw vergunningstelsel ingevoerd dat moet zorgen voor betere bescherming van werknemers die met asbest werken. De regels zijn naar verwachting vanaf 1 januari 2027 van toepassing.

De maatregel vloeit voort uit een aangescherpte Europese Asbestrichtlijn, die strengere eisen stelt aan de bescherming van werknemers. Alle EU-lidstaten zijn verplicht deze regels door te voeren. Daarom past het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de huidige wetgeving rondom asbestwerkzaamheden aan.

Een belangrijk onderdeel van de hervorming is de invoering van verschillende soorten vergunningen. Bedrijven krijgen een vergunning die past bij de werkzaamheden die zij uitvoeren. Voor eenvoudig werk is een lichtere vergunning voldoende, zoals bij het verwijderen van asbest in kitranden. Voor zwaardere en risicovollere saneringen is een uitgebreidere vergunning vereist, bijvoorbeeld wanneer asbest is verwerkt in isolatiemateriaal of stucwerk. Het doel van het nieuwe systeem is om beter aan te sluiten op de praktijk om risico’s gerichter aan te pakken.

Werknemers moeten voortaan verplicht een erkende opleiding volgen en zich regelmatig bijscholen. De behaalde kwalificaties worden vastgelegd in het register Gezond en Veilig werken met Asbest. Werkgevers moeten bij een vergunningaanvraag aantonen dat hun personeel aan deze eisen voldoet.

Mensen die met asbest werken moeten nu al een opleiding volgen. Daarom bestaan er al veel asbestopleidingen die naar verwachting in aanmerking komen voor erkenning binnen het nieuwe stelsel. Opleiders kunnen waarschijnlijk voor de zomer een aanvraag indienen voor die erkenning bij de Stichting Ascert.

Lees meer: De gezondheidsrisico’s van asbest

Bron: Rijksoverheid

14 april 2026
Deel deze post
Aanmelden om een reactie achter te laten
Veiligheid van de energietransitie
Verslag van de sessie hierover van de NVVK Vakgroep vervoer