Code: AW001 MC/WB/MW
Publicatie & revisiedatum: 25-07-2025 / 29-07-2025
Download PDF: NVVK Factsheet 007 Werkplekverlichting v1.0.pdf
Licht is noodzakelijk voor goed zicht, ter oriëntatie en coördinatie van handelingen en is daarom zeer bepalend voor de (arbeids)-veiligheid. Licht en verlichting worden toch vaak stiefmoederlijk behandeld: als het er is, vindt men het al gauw voldoende.
Veilig uitgangspunt is dat licht:
- toereikend en ondersteunend moet zijn voor de werkzaamheden;
- geen gezondheidsrisico's oplevert en;
- veiligheidsrisico's voorkomt.
Het Arbobesluit (art. 6.3 en 6.4) eist (zo mogelijk) daglichttoetreding en 'passende voorzieningen voor kunstlicht'. Weinig is bindend voorgeschreven. De algemene eisen zijn uitgewerkt in de NEN-EN 12464, die o.a. verlichtingssterkten, minimale kleurweergave-index (Ra) en maximale verblindingsgraad (UGR) specificeert per (arbeids-)taak. Daarnaast bevat de norm adviezen over o.a. de gelijkmatigheid en de lichtrichting in ruimten. Hard van bovenaf, uit puntvormige lichtbronnen geeft scherpe schaduwen en 'spookgezichten'. Diffuus licht (armaturen met opaalkap of indirect licht) en lichte, mat reflecterende wanden, eventueel gecombineerd met 'directe accenten' geven vaak een acceptabel resultaat.
De visuele kleur van licht is een 'optelling' van de componenten in het spectrum; veel rood en weinig blauw maakt 'warm' licht, weinig rood en veel blauw geeft koud licht. De kleur van 'wit' licht wordt uitgedrukt in Kelvin (K), een schaal die is afgeleid van een gloeiend zwart lichaam bij die temperatuur. Hoe hoger de temperatuur, hoe 'blauwer' (en 'kouder') het licht. Warm licht is geschikt voor huiskamers en past gevoelsmatig bij lagere verlichtingssterkten. Het is geschikt voor ontspanning en informele ruimten, (kleurtemperatuur bijvoorbeeld 2700 of 3000 K). Neutraler licht (4000 K) past beter bij zakelijker omgevingen en klaslokalen en stimuleert concentratie. Operatiekamers, industriële werkplekken en ruimten waar veel (taak)licht moet zijn, zijn in de regel gebaat bij koud-wit licht (5000-6500 K).
De kleurweergave-index (Ra) of 'kleurweergavekwaliteit' van een bron zegt iets over de 'compleetheid van het lichtspectrum' en de mate waarin kleuren van objecten waarneembaar zijn en/of 'natuurlijk' overkomen. Taken waarbij kleur beoordeeld moet worden (kleurendrukkerij, lakspuiterij, visagie, modeateliers, enz.) vereisen een hogere Ra. Het continu-spectrum van een gloeilamp zorgt voor een Ra van 100, terwijl (goedkope) ledlampen met slechts enkele discrete kleurcomponenten (een 'lijnenspectrum') soms een Ra van 80 niet halen. Let op: spectrale eigenschappen zijn alleen zichtbaar of meetbaar met een prisma of andere optische hulpmiddelen. Een Ra van 80 is het minimum in de meeste werkruimten. Daaronder is kleurbeoordeling lastiger: kleurendrukwerk en gelaatskleur ogen onnatuurlijk. Onachtzaam toegepast kunstlicht met een slechte Ra voelt 'unheimisch', vaak zonder dat dat nauwkeurig omschreven kan worden. Het draagt bij aan een 'sick building' en jaagt klanten uit winkels weg. Monochromatisch licht zoals van gele lagedruk-natriumlampen bevordert waarneming van helderheidscontrasten (verkeer), maar maakt kleurwaarneming onmogelijk (op werkplekken moeten veiligheidskleuren herkenbaar zijn).
Voorbeelden uit de NEN-EN 12464-1 (taken in binnenruimten):
- Kantoorwerkplek: ≥ 500 lux, Ra ≥ 80, UGR ≤19 uniformiteit ≥ 0,60, 3.000-4.000 K
- Parkeergarage: ≥ 75 lux (100 in voetgangerszone), Ra ≥ 40, UGR ≤ 25, uniformiteit ≥ 0,40
- Fijn technisch werk: ≥ 1.000 lux, Ra ≥ 90, UGR ≤ 0,70, uniformiteit ≥ 0,70, 4.000 – 6.500 K
- Voor buitenwerkplekken is geen verlichtingssterkte aangegeven: de NEN-EN 12464-2 wijst op 'voldoende' verlichting van obstakels, wegen en werkplekken.
Andere veiligheidsrelevante eigenschappen van (kunst)licht zijn gelijkmatigheid/lichtrichting,
reflecties en flikkering (TL- en
ledlichtbronnen), onvolkomenheden die te vaak onbewust leiden tot vermoeidheid
en discomfort. Een 50 (of 100) Hertz-lichtnetknippering is hinderlijk of
riskant en kan leiden tot stroboscopische
effecten. Draaiende machines kunnen daardoor stil lijken te staan en
videocamerabeelden (bewakingsbeelden, smartphonefilmpjes) kunnen flikkeren.
Licht is zeer bepalend voor het gevoel van welbevinden en voornaam onderdeel van
het binnenmilieu. Gezondheidseffecten bij mensen treden
vooral op in het bioritme bij zeer
hoge lichtintensiteiten en kortgolvig blauwachtig licht, een factor die
meeweegt bij bioritmeproblemen in nacht-
en ploegendiensten.
Noodverlichting moet oriëntatie
in de 'rookvrije vluchtroute' mogelijk maken: min.1 lux op de vloer/trap, binnen 15 sec. na stroomuitval, gedurende 1
uur. In veiligheidskritische ruimten méér.
Beheersmaat-regelen en preventie
|
| ||||||
PBM | In uitzonderlijke omstandigheden kan licht het dragen van PBM nodig maken; altijd eerst alternatieven overwegen of afschermen; PBM voor restrisico!
| ||||||
Gevaarsymbolen en pictogrammen (algemeen licht & verlichting, niet slechts werkplek-verlichting) |
| ||||||
LMRA |
| ||||||
Wet- en regelgeving: |
| ||||||
Openbare bronnen | Arboportaal (dag- en
kunstlicht op het werk, veiligheid, bioritme, nachtdiensten) | ||||||
Arbocatalogi* | Arbocatalogus
papier en karton (minimale verwijzingen* EN12464 en
lichtreflecties bij beeldschermwerk; checklist), Arbocatalogus
A&O fonds gemeenten (kantooromgeving). | ||||||
Bronnen NVVK: | Factsheets Binnenmilieu, - Bouwplaatsinrichting, - Interne verkeersveiligheid (volgen) | ||||||
Externe partners | NSVV (Nederlandse Stichting voor
Verlichtingskunde), kenniscentrum |
Waarschuwingsborden laserstraling, ISO 7010 W004
Gebodsbord
oogbescherming (eventueel te specificeren met onderbord
('laserbril'))
Waarschuwingsbord optische straling ISO 7010
W027
Noodtransparant met noodverlichtings-functie
Waarschuwingsbord niet-ioniserende straling
(voor IR- of UV-lichtbronnen)
Verkeersteken L202 (o.a. bij ingangen tunnels)